Hulpverleners

Professionele hulp en ondersteuning is niet per definitie noodzakelijk. Veel kinderen met een vader of moeder met kanker redden het met behulp van de mensen om hen heen. Educatie, uitleg en ondersteuning zijn belangrijke begrippen. Stel ouders in ieder geval de volgende vragen. Hoe zit het gezin in elkaar? In hoeverre zijn de kinderen op de hoogte van de ziekte en de behandelingen en hoe gaan ze er tot nu toe mee om? Welke vragen leven er t.a.v. de kinderen?
Bent u in de positie dat u de kinderen ziet en spreekt, dan zijn er afhankelijk van de leeftijd verschillende interventies mogelijk. Die variëren van uitleg geven en praten, tot samen tekenen, schrijven, boksen, filmen, troostdozen of schatkisten maken, een veilige plek visualiseren, muziek maken, een spel spelen, gedichten maken en samen een eindje lopen.

Blijf u realiseren dat elk kind een persoonlijke geschiedenis heeft. Dat ouders hun kinderen het beste kennen. Dat een ouder die ziek is, het soms gewoon even niet meer weet. Dat er ouders zijn die er helemaal alleen voor staan. Dat de meeste kinderen wel degelijk over kanker nadenken.

Ouders vragen zich met regelmaat af wat er in de hoofden van hun kinderen omgaat. Ze maken zich zorgen over hun kinderen en voelen zich soms schuldig. Wat nemen de kinderen van het ziek zijn mee voor later? Uiten ze zich wel voldoende? Raken ze beschadigd door wat ze meemaken?

Ouders vragen zich ook af op welke manier ze aan hun kinderen moeten vertellen dat ze kanker hebben. Ze willen hun kinderen beschermen. Maar kinderen hebben voelsprieten, ze horen en zien dat het mis is en ontwikkelen daarover hun eigen angstige fantasieën. U helpt ouders door hen erop te wijzen dat niet weten erger is dan weten.

Het is begrijpelijk, maar niet verstandig om het woord 'kanker' te omzeilen. Praten ouders er omheen dan worden kinderen op een dwaalspoor gebracht en horen ze het misschien van anderen in plaats van hun eigen vader of moeder. Vraag ouders wat zij hun kinderen verteld hebben, geef hen informatie en help hen met de uitleg.

Kinderen reageren net als volwassenen. Ze zijn verdrietig, bang of boos, houden hoop, lopen rond met schuldgevoelens, voelen zich soms ongelukkig en alleen of doen stoer net alsof er niets aan de hand is.

Inzicht in de verschillende reacties kan u helpen bij het ondersteunen en het adviseren van ouders en kinderen.002-hulpreactxt002-hulpreac

Veel kinderen met een vader of moeder met kanker zijn verdrietig. Gewoon, om wat er speelt, of omdat het thuis zo anders dan anders is. Ouders vinden dat vaak heel moeilijk. Het is pijnlijk om je te realiseren dat je kind verdrietig is om iets wat er met jou gebeurt. Het helpt als ouders kunnen meedenken wat te doen met dat gevoel. Elk kind krijgt immers vroeg of laten met verdriet te maken. De ene keer lucht praten op, de andere keer helpt het om samen te gaan lopen of fietsen. En zo is er natuurlijk nog wel meer te bedenken.

Soms is de reactie tegenovergesteld en lijkt het alsof kinderen nauwelijks verdrietig zijn. Ook dat is voor ouders vaak moeilijk te begrijpen. Vertel hen waarom kinderen dat doen. Omdat ze hun ouders niet met hun verdriet willen belasten bijvoorbeeld, of omdat ze afleiding nodig hebben. Dat kinderen zich wel degelijk zorgen maken is op een indirecte manier vaak heel goed te zien en te horen. In de verhalen op het forum bijvoorbeeld, in hun tekeningen en gedichten of in de muziek waar ze naar luisteren. 002-1-hulprebr

Ook angstgevoelens komen voor. Zo zijn veel kinderen bang voor de ziekenhuisomgeving, voor uiterlijke veranderingen, voor het dreigend verlies van de zieke ouder, voor het verlies van de gezonde ouder of om zelf dood te gaan. Hebben kinderen ideeën over kanker die niet kloppen, dan is uitleg noodzakelijk. Leg ouders en kinderen uit dat angstgedachten de neiging hebben om je soms zomaar te overvallen en bedenk samen wat je er tegen kunt doen.

Soms helpt een visualisatieoefening. Stop de angst in een pot, schroef er een stevige deksel op en zet de pot in een kast. Bedenk een superheld en jaag samen met je held je angsten weg. Of: ga onder de douche staan, spoel je gedachten van je af en laat ze verdund en wel door het doucheputje wegstromen.

Er zijn kinderen die hun angsten proberen te bezweren door dwangmatig gedrag te vertonen of door te gaan vermijden. Luca zette elke dag de tafel recht, alleen dan was het zeker dat haar moeder niet nog zieker ging worden. Ook waste ze dwangmatig haar handen en mocht ze van zichzelf alleen op de rechter stoeptegels lopen. Jonas was met geen stok naar het ziekenhuis in te krijgen, ook niet toen hij zelf een dokter nodig had. Uiteraard is in dit soort situaties professionele ondersteuning noodzakelijk.002-2-hulpreangsb

Sommige kinderen geven zichzelf de schuld van het feit dat hun vader of moeder kanker heeft. Ze denken dat ze iets gezegd, gedaan, of gedacht hebben wat de kanker heeft veroorzaakt. Wees erop bedacht dat de meeste kinderen die gedachten niet zo makkelijk uitspreken.

Oudere kinderen kunt u vragen wat zij weten over het ontstaan van kanker, bij jonge kinderen kunt u zeggen: sommige kinderen denken dat … wat denk jij? Ook hier geldt dat uitleg, in dit geval over het ontstaan van kanker, heel belangrijk is.002-3-hulpreschb

Veel kinderen zijn boos. Boos omdat de hele wereld veranderd is, boos omdat thuis thuis niet meer is of omdat het nou juist hun vader of moeder moet overkomen.

Fysieke bezigheden kunnen deze gevoelens kanaliseren. Wijs ouders en kinderen op mogelijkheden als dansen, fitness, streetdance, tegen een bal schoppen of tegen een boksbal slaan. Ook muziek maken kan een goede uitlaatklep zijn.002-4-hulrebob

Schelden over kanker komt vaak enorm binnen. Het wordt nog erger als er expres over kanker wordt gescholden. Als hulpverlener kunt u proberen de kinderen weerbaar te maken. Bespreek wat te doen als er gescholden wordt. Kies je als kind de aanval? Bouw je een muur om je heen en laat je de pijlen op die manier van je afglijden? Een spreekbeurt houden kan helpen. Oudere kinderen zouden een posteractie kunnen starten of een filmpje over dit onderwerp kunnen maken.002-5-hulrescheb

Soms worden kinderen extra zorgzaam. Dat is fijn, want ouders hebben het al moeilijk genoeg. Neemt niet weg dat kinderen ook kind moeten kunnen blijven. Het mag niet zover gaan dat een kind niet meer naar school kan omdat het een ouder moet verzorgen, of omdat het, omdat vader of moeder in het ziekenhuis ligt, de hele dag op zijn of haar jongere broertjes en zusjes moet passen.

Als hulpverlener kunt u advocaat van de kinderen zijn en heeft u soms de rol van bemiddelaar.002-6-hulrezob

Kinderen die een vader of moeder met kanker hebben kunnen zich erg alleen voelen. Het is net alsof zij de enige zijn met een zieke vader of moeder. Door kinderen die in dezelfde situatie zitten met elkaar in contact te brengen, ontdekken ze dat ze geen uitzondering zijn. Bovendien kunnen ze van elkaar leren en tips en adviezen uitwisselen. Verwijs ze naar een kinder- of jongerengroep bij u in de omgeving en wijs ze op het forum van deze site of op andere sites.002-7-hulreeenb

Mag u kinderen de hoop ontnemen?

Nee.

Hoe slecht de situatie ook is: elk kind en elke ouder heeft behoefte aan hoop. Soms komen dromen uit, soms niet. Bereid het kind voor op een situatie die ook anders kan zijn, maar ontneem het niet de hoop.

Uiteraard benadert u elk kind naar gelang zijn of haar leeftijd. Voor de kleintjes gaat dat vooral via spelvormen en speelgoedbeesten. Naarmate de kinderen groter worden kunt u meer en andere middelen inzetten. Boeken bijvoorbeeld of muziek of internet. Maar uiteindelijk gaat het om wat u samen bespreekt. De geldt ook voor pubers en jong volwassenen. Die vergen vaak een heel eigen benadering.

Pubers en jong volwassenen zijn niet alleen met zichzelf en hun eigen toekomst, maar ook met het leven bezig. Een vader of moeder met kanker zet dat leven en de ideeën daarover soms flink op z’n kop. Deze kwetsbare jongeren kunnen daar erg mee worstelen. Juist zij hebben behoefte aan iemand die echt naar hen luistert.

Ga er niet vanuit dat pubers alles begrijpen. Ze doen soms wel alsof en hebben meer kennis dan jongere kinderen, maar het gevaar van overschatting is groot. Gebruik ook voor pubers heldere en duidelijke taal en geef ze de tijd om over zaken na te denken. Houd er rekening mee dat ze misschien anders reageren dan u verwacht!004-pubers

Misschien heeft u als hulpverlener nog niet zoveel met kinderen gewerkt. Misschien vindt u het moeilijk als het over kinderen gaat. Misschien heeft u zelf kinderen en komt het onderwerp te dichtbij. Bedenk dat het ook voor kinderen fijn is als ze bij iemand terecht kunnen. En communiceren met kinderen is helemaal niet moeilijk. Gewoon doen!

Hier volgen enkele vragen waar veel kinderen mee rondlopen. De antwoorden op deze vragen vindt u per leeftijdscategorie uitgelegd op de site.

  • Hoe komt het dat mijn vader/moeder kanker heeft gekregen?
  • Weet u zeker dat mijn vader/moeder niet meer beter wordt?
  • Hoe werkt chemotherapie?
  • Wat is bestraling?
  • Kunnen kinderen het ook krijgen?
  • Is kanker besmettelijk?
  • Is kanker erfelijk?
003-tedich

Door het onderwerp 'kinderen' standaard in de gesprekken mee te nemen, maakt u als hulpverlener ouders bewust van het feit dat het belangrijk is om de kinderen erbij te betrekken. Stimuleer ouders om hun kinderen mee te nemen naar het ziekenhuis. Vraag regelmatig hoe het met de kinderen gaat. Sta open voor vragen van en over kinderen. Mogen zij bij u op het spreekuur komen? Bent u bereid hun vragen te beantwoorden? Heeft u informatiemateriaal voor hen? Weet u naar wie u ze, zo nodig kunt doorverwijzen?

Soms nemen kinderen het initiatief tot het schrijven van een brief of willen ze een gesprek met de behandelend arts. Moedig ze aan hun vragen op te schrijven en te stellen.005-hulmee

Bij de mededeling dat hun vader of moeder kanker heeft, zullen veel kinderen zich direct afvragen of hun vader of moeder doodgaat. Hopelijk biedt de behandeling perspectief en kunt ook u de kinderen hoop geven. Beloof echter geen dingen die u niet kunt waarmaken.

Mocht het zijn dat de prognose slecht is, dan hebben de kinderen er recht op om dit te weten. Net als volwassenen hebben ze tijd nodig om zich voor te bereiden op het afscheid en dat kan alleen als ze weten wat er aan de hand is.

Laat ook nu de kinderen niet in de kou staan. Samen met hun zieke vader of moeder terugkijken op alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd, kan richting geven aan hun gevoelens. Als hulpverlener kunt u de kinderen steunen, een plek bieden waar ze verdrietig kunnen zijn. Ouders kunt u tips en adviezen geven over hoe het afscheid vorm te geven.006-over-dood

Ouders Het kan zijn dat u naar openheid streeft, maar dat ouders dat absoluut niet willen. Ontkenning van de ernst van de ziekte, opvoeding en geloof kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. U kunt ouders ervan proberen te overtuigen dat openheid de beste weg is door hen te vertellen wat het voor hun kinderen betekent als ze in het ongewisse blijven. Maar als ouders het echt niet willen, dan houdt het op. Respecteer hun grenzen. Misschien helpt het om ze in contact te brengen met andere ouders die hetzelfde meemaken.

Kinderen Sommige kinderen willen echt niet praten. Ook niet als u het op een andere manier probeert. Blijkbaar is de angst te groot. Als alles mag, maar niet hoeft, dan biedt u het kind een veilig uitgangspunt. Soms krijgt u daardoor onverwachte reacties.

Hulpverleners Ook uw vak kent grenzen. Kijk wat u aankunt en wilt, want werken met kinderen en ouders kan heel dichtbij komen. Neem de tijd voor reflectie. Praat met collega’s over situaties die u tegenkomt en wissel ervaringen uit.007-grenzen

  • Informeer naar de kinderen, vraag wat hen is verteld en hoe het met ze gaat
  • Vertel dat niet weten, vaak erger is dan wel weten
  • Leg uit dat het goed is om het woord 'kanker' te gebruiken
  • Wijs ouders op mogelijke schuldgevoelens bij de kinderen
  • Onthoud de namen van de kinderen
  • Laat de vragen niet op toeval berusten, maar zorg voor een structurele inbedding
  • Stimuleer ouders om hun kinderen mee te nemen
  • Zorg dat uw kennis over de reacties van kinderen die een vader of moeder met kanker hebben, op peil blijft
  • Zorg voor voldoende informatiemateriaal
  • Vraag ook eens iets aan de kinderen zelf
  • Wijs kinderen en ouders op deze website
  • Geef aan dat ook kinderen bij u terecht kunnen voor vragen
008-praktips